Kurt Ostyn in gesprek met Geert Degrande over ‘nieuwe economie’

Geert Degrande

Geert Degrande is samen met ‘journativist’ Mischa Verheijden oprichter van Re-Story: een online platform met verhalen van denkers & doeners die nieuwe wegen openen in economie, onderwijs en samenleving. Nieuwe verhalen die duidelijk maken dat er wel een alternatief is voor het oude kapotte verhaal met slechts enkele winnaars en vooral heel veel verliezers. Nieuwe verhalen van actieve hoop, positieve impact en duurzaam evenwicht.Ook zij voelen dat de toekomst ‘jeukt’. Zeker nu Corona de mens noodgedwongen verplicht na te denken over hun toekomst.

Het gesprek is ook integraal te beluisteren op de podcast ‘De Toekomst Jeukt’.

Geert Degrande

Geert Degrande over ‘nieuwe economie)

K: Dag Geert. Welkom in onze Mex Loft. Ik doe een poging om jou te omschrijven. Je bent in de eerste plaats journalist en schrijver,  soms ook ghostwriter… Maar toen ik je laatst ontmoette, zag ik vooral een gepassioneerde man met een missie. Ondertussen zag ik op sociale media hoe die missie vorm kreeg en ook een naam ‘Re-story’. Klopt dat als omschrijving?

G: Dat klopt helemaal. Ik heb de jongste tien jaar als ghostwriter zowat veertig boeken tot stand helpen komen. Die ghostwriting kan verschillende vormen aannemen, gaande van doorgedreven eindredactie tot het eigenlijke schrijven van A tot Z. De media zijn ondertussen ook wel veel veranderd. Dat betekent dat ik minder en minder voor klassieke media ben gaan schrijven. Maar de echte kentering kwam er vier jaar geleden, toen ik samen met Joan De Winne het boek ‘Ze maken ons kapot meneer’, schreef.

K: Joan De Winne, die naam doet heel in de verte een belletje rinkelen, maar ik vrees dat je me even moet helpen…

G: Joan De Winne was de rijkswachter ‘met de pet’, die bekend raakte in de zaak Dutroux. Hij stond aan het hoofd van het identificatieteam dat elke dag verslag uitbracht over de toestand van de opgravingen naar eventuele slachtoffers. Toen hij rond zijn 55steop pensioen ging, startte hij een coachingbedrijf, Vision4Dynamics, dat zich richt op leiderschap. Met het boek “Ze maken ons kapot, meneer” benoemden we de zogenaamde ‘olifant in de kamer’, zijnde de medeverantwoordelijkheid -niet de schuld- van leidinggevenden bij het hoge aantal burn-outs, dat de jongste jaren enorm onze bedrijven treft. De cijfers liegen niet: er zitten in ons land 400.000 mensen langer dan een jaar thuis. Zij kunnen de ratrace niet meer aan. Toen we dat boek geschreven hadden, zagen we dat er nadien eigenlijk weinig veranderde. Je hebt tientallen initiatieven rond wendbaar en werkbaar werk gehad, je hebt coaches die van alles doen om mensen weerbaar te maken. Je hebt coaches die mensen begeleiden na een burn-out. Maar elk jaar zien we die cijfers rond absenteïsme en een tekort aan betrokkenheid toenemen. Die worden geacteerd, maar in wezen verandert er niets. Start-ups gaven even de illusie dat ze met pingpongtafels, dartsborden, fruitmanden, yoga-oefeningen die golf van burn-outs zouden kunnen stoppen. Maar ook zij hebben er vaak mee te maken. Het is allemaal heel goed bedoeld, maar het leidt niet tot fundamentele verbetering.  En dat heeft me toch wel aan het denken gezet. Steeds meer begon ik me af te vragen : “is hier niet iets meer aan de hand?, “Is het niet het systeem waarin iedereen meedraait dat fundamenteel fout zit?” Ik ben vervolgens heel wat literatuur gaan lezen van academici die zich toch wel vragen stellen rond dat functioneren van ‘het systeem’, dat niet alleen veel mensen naar een crisis leidt maar dus eigenlijk ook wel heel schadelijk is voor de planeet. Onder andere Greta Thunberg heeft ons daar met haar vlammende speeches op attent gemaakt.  Zij was de megafoon om de boodschap van de wetenschappers, die vandaag tijdens de coronacrisis ook de lijnen uitzetten, uit te dragen. Die wetenschappers waarschuwen al heel lang dat er echt iets moet veranderen.   Maar het wordt nog teveel naast ons neergelegd. Dat alles heeft me zeer sterk geïnspireerd. Enerzijds dus de vaststelling dat veel werknemers het heel moeilijk hebben om te kunnen volgen, niet alleen vanwege de job zelf, maar ook vanwege de maatschappij die steeds aanstuurt op méér, sneller, groter, rijker… Dat is het ene aspect. Het andere aspect is de bedreiging voor de planeet, met de bosbranden in Australië en Brazilië, met het verdwijnen van de biodiversiteit, met overstromingen in Venetië… We hebben het allemaal gezien. Heel wat academici schreven hierover reeds schitterende boeken.  Ik denk onder meer aan “De donuteconomie” van Kate Raworth “De waarde van alles” van Mariana Mazzucato en “Wat op het spel staat” van Philip Blom. Maar ook nog tal van anderen. Dat alles zette me aan het denken. Ik wou iets doen. Ik moest hierover schrijven.

K: Je zegt het eigenlijk zelf: er is al heel wat over geschreven. Waar kan je dan nog het verschil maken?

G: We hopen met Re-story het verschil te maken door de verbanden die tussen al die verschillende facetten liggen duidelijk te maken. We brengen op ons platform denkers en doeners bij elkaar die elkaar zelf niet kennen, maar die dezelfde boodschap uitdragen. Als die verbanden voor hen niet duidelijk zijn, zijn ze dat zeker niet voor de modale burger. Maar door de coronacrisis zien mensen wel duidelijk dat alles met elkaar samenhangt, dat er wel degelijk een verband bestaat tussen een dergelijke pandemie en het feit dat we onze planeet zoveel schade berokkenen.

K: U spreekt over ‘we’. Als ik me niet vergis was er van bij het begin van Re-story reeds een compagnon-de-route?

G: Zeker. Die compagnon-de-route is Mischa Verheijden: een Amsterdammer die door de liefde in Gent terechtgekomen is en die ik ook al een tiental jaar ken. Ik was ooit met Mischa een koffie gaan drinken, en toen we voelden dat we op dezelfde golflengte zaten, zeiden we: “ooit gaan we nog iets samen doen”. En zie zoveel jaar later is Re-story daar het resultaat van.

K: Ja, knap. Mooi. U zegt een koffie samen gedronken, ik weet niet of u het zich nog herinnert maar ons laatste gesprek was ook met een koffie ergens in Brugge of Gent, ik weet het niet meer, maar het was vorig jaar in augustus. En we hadden het toen al over de dreigende toekomst op vlak van klimaat, economie, armoede, en ik herinner mij toen ik aan jou bekende dat ik eigenlijk zelf al een beetje cynisch aan het worden was, op dat vlak. En dat is tegen mijn wil en tegen mijn overtuiging, maar ik zag niet hoe de dingen zouden kunnen veranderen. Tenzij er zoals de geschiedenis ons helaas geleerd heeft, een grote oorlog, een revolutie of een catastrofe ons daartoe zou verplichten en toen kwam out of the blue Covid-19. We staan nu noodgedwongen op een pauzeknop, we moeten nu blij zijn zelfs met wat er gebeurt?

G: Dat hangt er vanaf, denk ik. Het hangt een beetje af van de situatie waarin mensen zitten. Ik kan mij voorstellen dat mensen die daardoor nu ineens hun job kwijt zijn of die grote financiële onzekerheid hebben daar helemaal niet blij mee zijn. En dat die ernaar verlangen dat alles terug zo snel mogelijk “normaal” wordt. Anderzijds denk ik wel als maatschappij, dat we toch wel blij mogen zijn met die grote schok, omdat het iedereen zo direct raakt en veel directer raakt dan de klimaatproblemen en de tyfoons en de orkanen, die we aan de andere kant van de wereld zien. Dat is ver van ons bed en we leggen het gemakkelijk naast ons neer. Nu raakt de pandemie iedereen, in heel de wereld. En dat is toch wel een kantelpunt, dat een hefboom kan zijn om dingen inderdaad anders te gaan doen en na te denken over hoe we die veranderingen dan wel moeten aanpakken en doorvoeren.

K: Ik las vandaag op Facebook, tussen alle zure berichten die we lezen af en toe, iets dat ervoor zorgde dat ik een glimlach op m’n gezicht kreeg . Het was iemand die zei: “eigenlijk zijn het gouden tijden, de groenen zijn content want de vliegtuigen staan aan de grond, Vlaams Belang is content want de grenzen zijn gesloten, CD&V is content want de bordelen en de cafés moeten dicht, PVDA is content want de beurzen crashen, de VLD is content want de zelfstandigen krijgen steun, N-VA is content want de vluchtelingenstroom stopt, de SP-A is content want de bedrijven zijn gesloten”, dus zegt die man: “iedereen is tevreden”. Alle gekheid op een stokje, maar ergens stemt het wel tot nadenken natuurlijk.

G: Ja inderdaad. We hadden zonder coronacrisis waarschijnlijk nog altijd geen regering. Of een regering in lopende zaken. We hebben nu wel een regering die zelfs volmachten gekregen heeft. Maar ook de politiek zal zich toch moeten bevragen, denk ik. Dat is trouwens ook een van de zaken die wij op Re-story gebracht hebben. Net in het weekend dat de regering Wilmès gevormd is, pakten wij uit et een verhaal waarin we ons eigen alternatief kabinet met mensen van buiten de politiek voorstelden, omdat wij net als iedereen moeite hadden met het kwalijke spektakel van de politieke spelletjes die maar bleven duren. De ene steekt de schuld op de andere, en het is de ene die niet wil met de andere. Terwijl we vanuit de dingen die we daarnet aangehaald hebben, zoveel grote problemen zien die een kordate aanpak vereisen. Ik ben een optimist, ik denk dat problemen kunnen opgelost worden. Maar de grote voorwaarde daarvoor is dat we samenwerken, en geen muren bouwen, en kijken waar we zwart-wittegenstellingen kunnen overstijgen. Eén van de mensen die we ook voor Re-story geïnterviewd hebben is Guy Wollaert, een Gentenaar die heel z’n carrière voor Coca-Cola gewerkt heeft, en die het geschopt heeft tot chief innovation manager worldwide. En na dertig jaar carrière bij Coca-Cola en werken in heel veel verschillende landen, is hij daar weggegaan, omdat hij ook vond dat het bedrijf er niet voldoende in slaagde om de doelstellingen People, Planet, Profit met elkaar te verenigen. En Guy zegt daarover ook: je ziet zoveel polarisatie en zwart-wit en wat we eigenlijk moeten leren om die problemen op te lossen en om daar uit te raken, dat is dat zwart-wit denken overstijgen”. En hij noemt dat: “the gold is in the grey”. We moeten het goud zoeken in het grijs dat tussen het zwart en wit ligt. En dat is, denk ik, ook een les voor de politici, die nu zoals je ook met je Facebookbericht zegt bij wijze van boutade allemaal een beetje gelukkig kunnen zijn, maar die toch zeker ook gaan moeten nadenken over de toekomst. En ook over de manier waarop we onze democratie organiseren.

K: De titel van deze blog is ‘de toekomst jeukt’. Ik denk dat het op dat vlak een ideaal thema is om over door te bomen. Iedereen of quasi iedereen zegt ook vandaag: “het moet anders”. Ik hoor dat heel vaak en terecht. En als ik dan probeer in al die visies en al die opinies die ik hoor en lees, een rode draad te vinden, en corrigeer me als ik fout ben, maar dan lijkt de me de kern van het verhaal steeds te zijn: we moeten naar een waardengedreven economie. Ik las trouwens ook via Re-story een heel mooi interview met Rudy Aernoudt, een economieprofessor en die benoemt het volgens mij toch wel heel mooi: “we hebben de pedalen verloren, de financiële economie is belangrijker geworden dan de reële economie”. Ben je het daar mee eens? Zit daar de clou?

G: Absoluut. We hebben eigenlijk sinds de financiële crisis van 2008-2009, niet zoveel geleerd denk ik. De centrale banken zijn blijven proberen om de economie op alle mogelijke manieren te stimuleren.    Nulrente hebben we gezien, het massaal opkopen van obligaties, eigenlijk draait de machine om geld te drukken, al 10 jaar op volle toeren. Maar het probleem is dat dat geld niet naar de reële economie gaat, maar wel naar de financiële sector, naar de financiële economie. En wat Rudy daar aanhaalt, is volgens mij zeker terecht.

K: Ben je daar hoopvol in? Dat daar verandering in kan komen?

G: Dat is een zeer moeilijke vraag, ik heb geen glazen bol. Ik ben daar toch een beetje septisch over als je de eerste aankondigingen ziet over corona en wat voor gigantische impact dat zal hebben op de economie. Dan crashen inderdaad de beurzen, maar dan zie je een week later, al weer stijgingen met 20 procent. Wat mij een beetje verontrust daarin, is dat men nog altijd, zelfs nu eigenlijk zoveel waarde hecht aan die beurskoersen. Het belangrijkste cijfer van de dag is het aantal overlijdens en het aantal opnames in het ziekenhuis, en het aantal mensen dat uit het ziekenhuis ontslagen worden. Maar onmiddellijk daarna komt toch altijd weer die beurskoers, en als men daar zodanig veel belang aan gaat hechten, dan is het misschien toch een beetje gevaarlijk of naïef om te zeggen: “we moeten blij zijn met de coronacrisis”. Want er is toch een grote weerstand om de dingen te veranderen. Elke verkiezing wordt gewonnen met “change” of “le changement”, maar verandering teweegbrengen en zeker de zo grote verandering die nodig is nu, zal toch moeilijk zijn, denk ik.

K: Laten we nog even teruggaan naar dat waardegedreven ondernemen. Hoe zou jij dat omschrijven? Of hoe zie jij dat?

G: Ja, daar is ook al veel over gezegd, natuurlijk hé. Maar in Nederland heb je aantal aandrijvers daarvan, mensen als Ron Van Es en Kees Klomp, die organiseren elk jaar de purpose day. Die zijn daar enorm mee bezig. Het gaat ook over een andere manier om economie te onderwijzen. Om duidelijk te maken dat de uitspraak van Miltron Friedman, die zei dat de enige bestaansreden van een onderneming erin bestaat om zoveel mogelijk winst te behalen voor de aandeelhouders, niet meer van deze tijd is, hoewel ze nog altijd de kern uitmaakt van het economieonderwijs.   Dus het gaat over een mentaliteitsverandering. Ik denk wel dat dat bij veel ondernemers al leeft. Op Re-story hebben we het ook over denkers en doeners. Dus we willen ook absoluut aandacht besteden aan doeners, die los van theorieën en academici, die eigenlijk van uit de buik al bezig zijn met waardegedreven ondernemen. Die bijvoorbeeld echt al goed bezig zijn met hun werknemers, en ook oog hebben voor het milieu.

K: En zie je daar dat dat hand in hand kan gaan? Dat je op een rendabele manier duurzaam kan ondernemen? Zijn er specifieke voorbeelden die u nu meteen te binnen schieten?

G: Dat kan zeker hand in hand gaan en daar zijn inderdaad al duidelijke voorbeelden van. 1 van de voorbeelden die ik graag noem is ‘Upgrade Estate’, een Gents bedrijf gespecialiseerd in studentenhuisvesting. Die zijn meet Upkot eigenlijk al 10 jaar bezig met de manier waarop studentenkoten verhuurd worden helemaal anders te bekijken. Die werken ook met studentencoaches bijvoorbeeld en die trekken dat nu ook door naar Upliving. Dat is eigenlijk een vervolg waarbij ze aan jonge professionals de kans geven om bij wijze van spreken het studentenleven nog een beetje voort te zetten op dezelfde manier en die zijn enorm waardengedreven. Upgrade Estate haalt ook enorme goede financiële resultaten. Er is een boek geschreven in Frankrijk door Isaac Getz en Laurent Marbacher met de titel  ‘L’entreprise altruiste’. Voor dat boek zijn de auteurs wereldwijd gaan kijken naar bedrijven die echt helemaal vanuit waarde, vanuit het waardedenken hun onderneming leiden en sturen. En daar staan ongelooflijke voorbeelden in. Eén dat mij nu te binnen schiet, is dat van een Japans visverwerkend bedrijf dat zijn medewerkers dubbel zoveel loon betaalde als de concurrenten. En waar iedereen van zei: “binnen de kortste keren gaan die failliet”.  En toch blijkt dat die uiteindelijk betere financiële resultaten halen. En naarmate dat die voorbeelden steeds meer gaan doordringen, denk ik wel dat het goed komt met dat waardengedreven ondernemen. Ik denk en ben er ook bijna zeker van dat dat een must is voor bedrijven om dat te gaan doen. We hebben het dikwijls over de 3 p’s van “people, planet, profit”, maar we kunnen ook spreken over financiële welvaart, welzijn en welbevinden. Het zal er voor de bedrijven op aankomen om die drie dingen te combineren. Ik weet niet of je het boek ‘The positive sum game’ van Herman Toch en Ann Maes kent? Dat is eigenlijk een perfecte handleiding voor ondernemingen, en ook voor sociale ondernemingen. Dus enerzijds voor ondernemingen om beter voor mij en beter voor de wereld beter hand in hand te laten gaan, anderzijds voor sociale ondernemingen om los te komen van de subsidiekraan. Dus eigenlijk om meer ondernemingsgericht te gaan werken. En ik ben er echt wel van overtuigd dat ondernemingen eigenlijk de meest aangewezen spelers zijn, om die positieve kantelingen te gaan veroorzaken. Je kent waarschijnlijk wel de Edelman-trustbarometer. Edelman is een Amerikaans marktonderzoekbureau, dat elk jaar een trustbarometer publiceert. Edelman bevraagt mensen in wie ze het meeste vertrouwen hebben. En daar onderscheiden ze 4 categorieën: de media, de NGO’s, de ondernemingen, en de overheid. En bij de laatste barometer die eind januari verschenen is, bleek al dat mensen zich al voor corona enorm grote zorgen maakten omdat ze heel weinig vertrouwen hadden in die vier actoren. En als er nu één is van die vier actoren, die het vertrouwen het snelst kunnen terugwinnen, dan zij het volgens mij de ondernemingen. Waarom? Omdat ondernemingen eigenlijk gewoon zijn om met crisissen om te gaan. Het is inherent aan ondernemen dat je de ene crisis na de andere moet oplossen en ondernemingen hebben zich daar altijd flexibel in getoond. En juist door nu te kunnen overschakelen naar die betekeniseconomie, naar die purpose-economie, zij zijn volgens mij best geplaatst om dat vertrouwen terug te winnen.

K: Dus eigenlijk is het nu wel het moment om te bewijzen wat al lang het credo is van ondernemers van: “wij zijn de motor  van de maatschappij”. Als dat zo is dan, is het nu aan die motor om de juiste keuzes te maken en de juiste richting in te gaan. En dan zien we vandaag ook heel sterk, noodgedwongen terug de term lokale economie, glocalisering. Ben je op dat vlak hoopvol? Dat het niet een tijdelijk fenomeen is? Dat plotseling de ogen wel geopend worden om niet te afhankelijk te zijn van China en andere continenten?

G: Ja. Op dat vlak ben ik een stuk hoopvoller dan wat ik daarnet zei, het te veel belang hechten aan beurskoersen, maar op de beurs noteren sowieso enkel grote ondernemingen en conglomeraten. Dus op dat vlak ben ik een stuk hoopvoller. Ik denk dat daar ondernemers daar echt het verschil kunnen maken en opnieuw voor dat vertrouwen kunnen zorgen.

K: Naar de volgende generatie dan toe? Want ik hoorde op een podcast dat uw kinderen nogal ongerust waren over de situatie vandaag. Hebt u ze kunnen geruststellen ? Hebt u ze wat houvast kunnen bieden?

G: Ja die ongerustheid heeft niet lang geduurd. Maar goed wat speelt daar allemaal in mee? Ze hebben misschien ook genetisch mijn optimisme meegekregen. Grote ongerustheid is er niet. Ik ben samen met hen wel blij dat ze zelf nog geen kinderen hebben. Nochtans mijn drie oudste dochters zijn 31, 30 en 28. Dus dat is de leeftijd om kinderen te hebben. En ik hoor toch wel dat door wat nu gebeurt, de eventuele kinderwens toch nog wat uitgesteld zal worden.

K: Ai, de betaalbaarheid van de pensioenen wordt nog een groter probleem dan in de toekomst? (lacht) Laat ons dat eventjes opzijschuiven. Maar we moeten de verantwoordelijkheid leggen bij de ondernemingen. Terecht denk ik. We kunnen kijken naar de financiële markten, we kunnen kijken naar de macro-economie, de overheid, de politiek, maar anderzijds kunnen we ook als consument als individu, is het gemakkelijk om telkens een andere richting uit te kijken. Misschien zal op dat vlak of door nu noodgedwongen thuis te zitten, de vraag ook eens gesteld worden: “moeten wij op skivakantie ieder jaar? Moeten wij wel op die cruise gaan? En op die vliegtuigen nemen jaarlijks?” Denk je dat de consumenten ook gedrag gaan veranderen of is dat wishfull thinking?

G: Ik heb geen glazen bol. Ik weet het niet. En de consument die bestaan niet hé. Dat zijn miljoenen individuen.

K: Zie je daar een trend in?

G: Ik denk toch wel dat de jongere generatie daar veel meer mee bezig is dan enkele jaren geleden, ook al voor corona. Maar je hebt anderzijds natuurlijk ook het fenomeen van ‘Ok boomer’. Wij, onze generatie, ik ben nog een stukje ouder dan jij, wij hebben veel naar de knoppen geholpen om het zo te zeggen. En ondertussen hebben wij wel kunnen reizen enzo. Dus hoe gaan jongeren daar mee om? “Jullie hebben dat wel kunnen doen en wij mogen dat plots niet meer”, zeggen sommige jongeren. In ieder geval is het zo dat individuele beslissingen veel kunnen doen, en je ziet toch bijvoorbeeld ook veel jongeren die vegetariër zijn of veganist zelfs. Dat is toch wel aan het leven. En ook qua wonen. We zijn nog altijd Belgen met de baksteen in de maag, maar je ziet fenomenen als co-housing of wat ik daarnet noem Up-living. Dat zie je toch wel doorbreken. Trouwens, mijn collega Mischa van Re-story die heeft zelf een boek geschreven samen met zijn vrouw. Dat heet ‘Disrupt jezelf’. En daarin staan ook mooie voorbeelden van hoe mensen zelf dingen kunnen doen. En dat hoeft niet veel te zijn. Het is een kwestie van mentaliteit. Hebben wij 2 auto’s nodig? Hebben wij drie vakanties nodig? Ik denk dat dat toch wel meer en meer gaat doorsijpelen. Ook die mentaliteit dat je geluk niet noodzakelijk op een hele verre bestemming gaat moeten zoeken. Wat we nu trouwens ook leren na die vier weken quarantaine die we nu al hebben, is dat bij veel mensen het besef doordringt dat een handdruk, een kus, een omhelzing, zoveel meer waarde hebben dan duizend likes op Instagram bijvoorbeeld. Dus dat is eigenlijk wel positief.

K: Ik kan dat beamen. En ik hoor dat ook uit alle hoeken dat de conference calls, hoe praktisch het misschien mag zijn, maar het is absoluut niet hetzelfde. E-commerce, goed dat het er is, maar men snakt ook terug naar het bezoek aan die winkel, het café in de buurt. Misschien helpt het nu wel om die ogen te openen, dat het een en-enverhaal kan zijn en dat beide kunnen goed bij varen.

G: Dan komen we nog eens terug op die ‘gold is in the grey’. Het is niet of-of maar en-en. In zo veel verschillende aspecten van het ondernemen en het leven gewoon.

K: Ik heb nog 2 vraagjes voor jou. Ik las op linkedin in een van uw artikels: “bedrijven hebben nood, meer dan ooit naar een eigen duidelijk verhaal”. En je verwees ook naar ons boek ‘het oneerlijk voordeel’. Dat ontbreekt vandaag?

G: Opnieuw is het moeilijk om te veralgemenen. Er zijn vandaag bedrijven die daar al heel duidelijk mee bezig zijn. We zijn allemaal heel erg bezig geweest met de digitale transformatie. Ik denk dat we nu zullen gaan naar het belang van de duurzame transformatie. Veel bedrijven hebben daar al stappen in gezet, maar soms brengen ze het niet genoeg naar buiten, denk ik. Ook vanuit een soort schrik. Je  herinnert je wellicht het verhaal van Delhaize toen daar een actie liep met Legoblokjes die allemaal verpakt waren in apart plastic. Dat was eigenlijk een mooi verhaal dat dan gecounterd werd. Ik was onlangs bij iemand van Lidl. Die vertelde me dat ook die supermarkt al veel rond duurzaamheid doet, maar dat er een grote schrik bestaat om daarmee te koop te lopen.  Want stel dat één van de winkels, daar verkeerd mee omgaat, dan straalt dat af op de hele keten. Dan doet dat het imago rond bezig zijn met duurzaamheid veel maar kwaad dan goed. Het is dus een beetje zoeken naar de manier waarop bedrijven daarover gaan vertellen. Bedrijven die die duurzame transformatie echt gaan toepassen, die zullen ongetwijfeld ook nood hebben aan communicatie daarrond: welke stappen hebben we gezet? Wat hebben we geleerd? Voor welke valkuilen rond greenwashing moeten we opletten?  Dat gaat ook zeker veel over gecommuniceerd moeten worden. En dat zal inderdaad op een authentieke manier moeten gebeuren. En hoe meer bedrijven “practice what you preach” toepassen, hoe gemakkelijker dat is.

K: En dan misschien een laatste vraag. Ik zal u misschien wat overdonderen maar ik voel dat je een heel belezen man bent. Je hebt ook al heel vaak verwezen naar boeken waarvan ik denk dat ik ze zeker eens moet lezen.  Maar misschien zou u er vijf kunnen opnoemen, die je zeker aanraadt?

G: Ik zou er eigenlijk meer kunnen geven, maar ik denk nu onmiddellijk ook terwijl je die vraagt stelt, het moeten niet allemaal boeken zijn die over dat thema gaan. Want wat ik zelf heb ervaren, is dat je eigenlijk ook door je blik te verruimen en door romans en fictie te lezen, je ook heel veel inzichten kan krijgen. En het boek dat me het laatst overdonderd heeft, ik zal daar mee beginnen, is ‘Een honger’ van Jamal Ouariachi. Dat is een roman, die heeft niks met het thema te maken. Wel met ontwikkelingssamenwerking voor een stuk, met opvoeden. Een absolute aanrader. En een tweede roman, waar ik ongelofelijk fan van ben, ook van die schrijver van al zijn werk, is ‘de opwindvogelkronieken’ van Haruki Murakami. Die staan los van het thema, maar het zijn dikke turven die je verslindt en pageturners. En die je even ook niet doen nadenken over de thema’s die we nu besproken hebben. En dan rond de thema’s die we besproken hebben. Eerst reclame voor mijn kompaan Mischa Verheijden met het boek ‘disrupt jezelf’. Over wat je uit jezelf kan doen om mee te werken aan die verandering, die we nodig hebben volgens mij. Het tweede boek: ‘de donuteconomie’ van Kate Rowarth en het derde boek misschien ‘Le prêtre et l’économiste’van Bruno Colmant, de grote baas van Degroof Petercam. Die tien jaar geleden in dialoog gegaan is met een priester, na de financiële crisis van toen en die tot de conclusie kwam: “ja, problemen kunnen we alleen maar oplossen door meer te groeien” en tien jaar later spreekt hij opnieuw met die priester. Dat heet dus opnieuw ‘Le prêtre et l’économiste’. En zijn conclusie is totaal tegengesteld. En dat vind ik dus een fantastisch boek, omdat hij ook aangeeft wat je aanhaalde over Rudy Aernoudt: dat we die financiële economie minder belangrijk maken. Nochtans uit zijn mond, als CEO van Degroof Petercam en het is nodig dat we op een andere manier naar de economie gaan kijken.

K: Geert, je maakt me ongelofelijk benieuwd naar die boeken. Ik ga meteen naar mijn lokale boekenhandelaar, of ik ga het online moeten doen. Naar boekenhuis Theoria, dat is niet ver hier vandaan. Ik beloof u dat ik ze zeker zal lezen en u mijn feedback zal geven. Ik wil u hartelijk danken om hier in deze smetvrije, virusvrije ruimte aanwezig te zijn. Ik wens u heel veel succes met Re-story, we gaan dat mee ondersteunen via sociale media. En misschien dat we binnen een jaar een terugblik kunnen houden, op die post-coronatijd en zien wat er achteraf ook veranderd is in onze economie en onze maatschappij. Alvast hartelijk dank.

G: Ook bedankt Kurt, dat je me uitgenodigd hebt. En ik hoop dat we volgend jaar opnieuw een gesprek kunnen hebben.

K: Oké, ik zet het in de agenda. Dag.